[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
De Bataven: verhalen van een verdwenen volk
Paul van Overbeek, Zoetermeer
Het komt niet vaak voor dat onze musea in een grotere tentoonstelling extra aandacht besteden aan de geschiedenis en de overblijfselen van het eerste millennium in onze streken. Daardoor is het des te opmerkelijker dat tegelijkertijd in Nijmegen en in Utrecht aandacht besteed werd aan respectievelijk de Bataven en de Vikingen. Ik zal me hier beperken tot de Batavententoonstelling die plaats vond van 18 september 2004 tot 9 januari 2005 in Museum Het Valkhof. De begeleidende wetenschappelijke
publicatie 1 en de tentoonstellingswijzer2 zijn de blijvende resultaten hiervan. De expositie en de schitterend geïllustreerde en vrijwel geheel in kleur uitgevoerde publicaties zijn mede mogelijk gemaakt door subsidies.
Dit was overigens niet de eerste keer dat in Nederland aandacht gegeven werd aan
Bataven 3, maar niet eerder werd gepoogd een totaalbeeld te tonen zoals dat nu in de tentoonstelling en vooral ook in de begeleidende publicaties werd gedaan. Deze kunnen overigens gezien worden als een verdere uitwerking van het eerste boekje in de reeks Verloren Verleden van Hans Teitler
De opstand der ‘Batavieren’ uit 1998. De publieke belangstelling voor de Bataven is wellicht mede door Teleac in 2003 weer
aangewakkerd 4 5. De Bataven blijken echter uit de uitgebreide literatuurlijst en de wetenschappelijke bijdragen in het 348 pagina’s dikke boek sinds de ontdekking van Tacitus geschriften in de Renaissance in wetenschappelijke kringen nooit weg te zijn geweest.
Het ging in de expositie en de publicaties overigens niet om verhalen van de Bataven, maar om verhalen en afbeeldingen daarbij van anderen over de
Bataven 6. Van Bataven hebben we slechts enkele korte teksten op gedenkstenen en altaren.
De expositie en de tentoonstellingswijzer
De expositie was opgezet aan de hand van acht thema’s die hieronder genoemd worden. Het grootste deel van het getoonde materiaal was afkomstig uit de tijd na 1500 en illustreert de latere verhalen over de Bataven. De in de tentoonstellingswijzer vermelde objecten uit de Bataventijd in Nederland zijn hieronder vermeld, met daarbij een deel van de gegeven toelichtingen.
1. De komst van de Bataven naar Nederland
* Bataafse munten gevonden in Echteld en Nijmegen Munten als deze dateren uit de tijd dat de Bataven naar NL zijn gekomen of van kort daarna. In NL komen deze munten hoofdzakelijk voor in het gebied waar de Bataven zich volgens Tacitus hebben gevestigd, tussen Rijn en Maas.
* Offergaven uit de Maas bij Kessel (gemeente Lith) Ze dateren uit de tijd dat de Bataven zich in het rivierengebied vestigden en uit de periode kort daarna.
2. Het verbond met de Romeinen
* Een marmeren portretkop van Julius Caesar. Gevonden te Nijmegen (?) Het is niet uitgesloten dat de beschadigingen zijn aangebracht bij de verwoesting van Batavodurum aan het eind van de Bataafse opstand in het jaar 70.
* Een fragment van een bronzen plaat met inscriptie gevonden te Escharen (Noord-Brabant).
3. De opstand tegen de Romeinen
* Een schatvondst van gouden munten uit Utrecht van na 68.
* Oorlogsbuit? 2e helft 1e eeuw gevonden in de Rijn (bij Doorwerth). Het is verleidelijk deze vondst in verband te brengen met de Bataafse opstand. Deze voorwerpen kunnen bijvoorbeeld zijn buitgemaakt in één van de Romeinse legerkampen langs de Rijn, die in de zomer van 69 in handen vielen van de opstandelingen.
* Een bronzen ketel gevonden in Nijmegen centrum, waar vanaf het begin van de jaartelling het stadje Batavodurum heeft gelegen. Tijdens of kort voor de verwoesting van het stadje in de zomer van het jaar 70 kwam de ketel in een kelder terecht.
4. Het leger
* Een deel van een (graf)monument gevonden te Nijmegen. Dit is misschien opgericht voor een Bataaf.
* Een fragment van een diploma gevonden in Elst (Gelderland). Uitgereikt aan een Bataaf, die als ruiter heeft gediend in de Ala Batavorum. Na zijn diensttijd heeft hij zich weer in de Betuwe gevestigd, misschien in zijn geboortedorp. (In tabel nr. B19/20)
* Een helm van een ruiter gevonden in de Waal bij Nijmegen. Helmen van dit type kunnen in verband gebracht worden met de talrijke Bataafse ruiters in het Romeinse leger en in het bijzonder met de Ala Batavorum, het Eskadron Bataven’. Deze volledig uit ruiters samengestelde eenheid was in deze periode wellicht in Nijmegen gestationeerd.
5. Bekende Bataven
6. Het land van de Bataven
* Een gedenksteen van een Bataafse magistraat gevonden te Ruimel bij Sint-Michielsgestel (In tabel nr. C1).
* Een gedenksteen van een Bataafs raadslid gevonden bij Tiel (In tabel nr. C2).
7. Het leven van de Bataven
* Kledingspelden en zegeldoosjes gevonden op verschillende plaatsen in de Betuwe (op de Bataafse nederzettingsterreinen)
* Koppen van Bataven? (van 17e tot 19e eeuw ten onrechte als Bataven geïnterpreteerd).
* Een laddertje gevonden te Kesteren.
* Een zwaard en deel van een panfluit gevonden in (de Bataafse nederzetting bij) Oosterhout bij Nijmegen.
* Een schrijfplankje gevonden in Ophemert (gemeente Neerijnen).
* Voorwerpen uit twee graven gevonden in Nijmegen-Hatert.
* Een armband voor Hercules Magusanus gevonden in Waardenburg (gemeente Neerijnen).
* Een gedenksteen voor Hercules Magusanus gevonden in Houten.
* Een gedenksteen voor Exomna gevonden in de Oude Maas bij Alem (gemeente Kerkdriel).
8. Het voortleven van de Bataven
Nauwkeurige beschouwing levert op dat we, wanneer het diploma uit Elst en de gedenkstenen uit Ruimel en Kapel-Avezaath (bij Tiel) hiervan worden afgetrokken, we slechts objecten overhouden waarvan eigenlijk alleen maar gezegd kan worden dat ze gevonden zijn in het deel van Nederland dat in die tijd door Romeinen werd bestuurd. In hoeverre deze ‘Bataafs’ zijn en of de nederzettingen waarin ze gevonden werden ‘Bataafs’ waren blijft de vraag; tenminste wanneer we de Bataven als een stam of volk beschouwen en niet alles ‘Bataafs’ noemen dat betrekking heeft op alle bewoners van het beschouwde gebied’ die we dan Bataven noemen. Deze kunnen dan inheems, Gallo-Romeins of Romeins zijn of behorend tot of afstammend van de Germanen die zich volgens Tacitus afsplitsten van de Chatten.
Uit een groot deel van de uit de tentoonstellingsgids ontleende (hiervoor gecursiveerde) toelichtingen op de geëxposeerde items blijkt overigens dat ook toegegeven wordt, dat de relatie met Bataven niet altijd zeker is. Op de tentoonstelling en in de begeleidende teksten zijn er dan ook terecht hier en daar vraagtekens geplaatst.
Het boek De Bataven: Verhalen van een verdwenen volk
Meer dan in de tentoonstelling kon in dit rijk geïllustreerde boek worden ingegaan op de achtergronden van deze verhalen. Ook hier gaat slechts een relatief klein deel over contemporaine bronnen. De contemporaine verhalen worden behandeld in hoofdstuk 2. Hans Teitler bespreekt hier in 20 pagina’s Romeinen en Bataven: de literaire bronnen. Van en deels ook over Bataven zijn een aantal inscripties tot ons gekomen. Deze zijn door Ton Derks opnieuw geïnventariseerd en worden besproken in de 32 bladzijden van hoofdstuk 3 Beelden en zelfbeelden: de epigrafische bronnen.
De meeste verhalen over de Bataven zijn echter pas veel later tot stand gekomen. Op de volgende 200 bladzijden gaan zeven auteurs in zes hoofdstukken in op het beeld dat men na ca. 1500 mede op basis van de toen bekende schriftelijke bronnen over Bataven in onze streken had. Dit beeld bestond en bestaat voor een groot deel uit wat volgens de Teitler voor het eerst door I. Schöffer in 1975 de Bataafse mythe wordt
genoemd 7. Aan deze mythevorming hebben bekende Nederlanders als P.C. Hooft en Hugo de
Groot 8 een belangrijke bijdrage geleverd.
Daarna besteedt Louis Swinkels 28 bladzijden aan Nederlandse archeologen op het spoor van de Bataven. Nico Roymans sluit de inhoudelijke bijdragen af met 18 bladzijden over Hercules en de constructie van een Bataafse identiteit in de context van het Romeinse rijk.
Ten slotte volgen 13 bladzijden met (veel) literatuurvermeldingen (in drie kolommen), hetgeen dit werk zeer geschikt maakt voor verdere studie.
Ik zal mij hieronder in principe beperken tot een aantal punten uit de hoofdstukken over de schriftelijke en archeologische bronnen die gerelateerd worden aan Bataven in Nederland. Over het laatste hoofdstuk is door De
Vries 9 reeds in SEMafoor gepubliceerd.
In het hoofdstuk van Teitler over de literaire bronnen staat op basis van een aantal thema’s een overzicht van de ons nog overgebleven literaire teksten tot in de late oudheid over de Romeinen en Bataven in Nederland. De eerste vermelding m.b.t. Bataven bij Caesar in De Bello Gallico 4.10.1-2 van het insula Batavorum wordt hierin als niet betrouwbaar gezien. Dit is zeer waarschijnlijk een invoeging van latere datum.
Tacitus is de oudste betrouwbare en belangrijkste bron. Door hem is ook bekend dat de Bataven een groep waren die afgesplitst was van de stam der Chatten, die oorspronkelijk uit Germania (vertaald als Duitsland) aan de andere kant van de Renus woonden. Teitler neemt aan dat zij na Caesar (ergens tussen 50 en 12 v.Chr.) in Nederland kwamen. Zij woonden volgens Tacitus op het eiland der Bataven een eiland in de Rijn en op een klein deel van Rijnoever in de uiterste strook die onbewoond was, van het Gallische kustland.
Over de interpretatie van dit gebied is, zo blijkt uit de overige hoofdstukken van het boek, in de loop van de tijd heel wat verschil van mening geweest.
Algemeen wordt het eiland tegenwoordig geïdentificeerd met het gebied tussen Nederrijn, Kromme Rijn en Oude Rijn tot aan de Noordzee enerzijds en Waal en benedenloop Maas anderzijds, waarvan de Betuwe het oostelijk deel vormt. Het bedoelde deel van de Rijnoever wordt tegenwoordig nogal ruim gezien incl. het grootste deel van de provincie
Noord-Brabant 10 (met plaatsen als Empel, Oss tot Cuijk).
Dat de Bataven bondgenoten van de Romeinen waren en in het Romeinse leger dienden staat vast, maar of dit al zo was, voordat de Bataven en de Romeinen in Nederland verschenen, onthullen de schriftelijke bronnen niet.
De belangrijkste gebeurtenis uit de bronnen over de Bataven, de Bataafse opstand, komt vervolgens ruim aan de orde. Het hoofdstuk sluit af met de laatste vermeldingen van het eiland Batavia, de Bataven en Bataafse legereenheden.
Duidelijk wordt dat alles wat we weten over Bataven geschreven is door niet-Bataven. De Bataven worden daarin voortdurend bezien door een Romeinse bril.
De inscripties
Het hoofdstuk van Derks over de epigrafische bronnen bevat een overzicht van alle uit epigrafische bron bekende ‘Bataven’. In vier tabellen worden o.a. naam datering, functie oorsprong en vindplaats genoemd.
| tabel | uit epigrafische bron bekende | totaal aantal | waarvan in Nederland |
| B | Bataven | 68 | 2 (betreft 1 vondst) |
| C | Ambtsdragers | 3 | 3 |
| D | Personen met een vermoedelijk Bataafse herkomst | 15 | 2 |
| E | Personen met een op een Bataafse herkomst wijzende naam | 14 | 5 |
Een samenvatting, beperkt tot de uit Nederlandse vindplaatsen afkomstige inscripties over personen die (mogelijk) Bataven zijn geweest, levert het volgende op:
| nummer | publicatie | vindplaats | legeronderdeel/functie/naam/afkomst | objekt |
| B-19/20 | 1988 | Elst | Legeronderdeel: (...) TAVORUM afkomst: BATAV resp. BAT |
militair diploma |
| C-1 | 1679 | St. Michielsgestel /Ruimel |
functie: SUMMUS MAGISTRATUS CIVITATIS BATAVORUM | gedenksteen |
| C-2 | 1958 | Kapel-Avezaath /Tiel |
functie: DEC M BAT | miniatuuraltaar |
| C-3 | 1975 | Colijnsplaat | functie: D M B | altaar 11 |
| D-1 | 2003 | Houten | naam: IULIA TI(.F.) | grafstele 12 |
| D-8 | 1990 | Empel | functie/eenheid: VETER LEG X G PF | bronzen plaatje 13 |
| E-1 | 1987 | Velsen | naam: BATAVS | |
| E-6 | 1977 | Zwammerdam | naam: BATAVS | |
| E-9 | Nog niet | Vechten | naam: (...) ATAVUS | |
| E-10 | 1977 | Valkenburg | naam: (...) TAUS | |
| E-12 | Vechten | naam: BATAV (...) |
De meeste van deze plaatsen zijn net als de vele vondstplaatsen buiten Nederland plaatsen waar Romeinse of Bataafs-Romeinse legereenheden werkzaam geweest zijn en zijn er daardoor geen bewijs voor dat deze plaatsen behoorden tot het woongebied van de Bataven.
Aannemelijk wordt gemaakt dat een Bataaf in zijn eigen regio, waar immers vrijwel iedereen Bataaf is er geen behoefte aan heeft om zijn Bataaf zijn te vermelden. Wanneer dit consequent zou gebeuren zouden we uit de vondsten alleen kunnen concluderen waar de Bataven niet vandaan kwamen. Dit verklaart dan dat er in Nederland geen enkele epigrafische bron van een Bataaf (in de tabellen categorie B) is aangetroffen.
Het boek wordt voorts ruim geïllustreerd door afbeeldingen van (ver) buiten Nederland gevonden vondsten die aan Bataven of personen gerelateerd aan ‘Bataafse’ militaire eenheden toebehoorden.
Ook blijkt dat militairen afkomstig uit een legeronderdeel dat ‘Bataafs’ vernoemd is naar de eerste vulling niet per definitie ook van Bataafse afkomst zijn.
Zo zijn er bijvoorbeeld in Zeeland naast de inscriptie C3 met de vermelding ‘D M B’ welke wordt geïnterpreteerd als Decurio Municipium
Batavorum 14 ook verwijzingen naar “CCAA” of “AGRIPP” (Keulen), “TREVER“(Trier), “SECUANUS” (Vesontio-Besançon en omgeving) “VELIOCASSINUS” (Rouen en omgeving)
gevonden 15. Het vinden van inscripties in een bedevaartsoord zegt hoogstens iets over waar de bezoekers vandaan kwamen en niet dat dit oord in een van de streken zou moeten liggen waarvan melding wordt gemaakt.
Tot slot wordt Van Es 16 aangehaald die stelde dat er afgezien van Bataafse munten en inscripties met de directe verwijzingen naar een Bataafse wereld geen specifieke Bataafse bodemvondsten bekend zijn. We zouden dus eigenlijk alleen over inheemse bevolking van een nu bestaand gebied kunnen spreken. De begrenzing van het Bataafse bestuursdistrict is immers niet met zekerheid bekend.
Enkele reacties
Toorians 17 schrijft dat de maakbaarheid van de geschiedenis het onderwerp is van deze tentoonstelling over de Bataven. Manipulatie speelt daarin een hoofdrol. De geschiedenis is van degene die hem schrijft (of vertelt) en de historicus kan dus naar believen de geschiedenis naar zijn hand zetten. Verder stelt hij dat hoewel we vinden dat dit niet mag, dit in de praktijk toch vaak het geval is. Hij vindt dat de historicus voortdurend moet kiezen welke informatiebronnen hij gebruikt en hoe hij de betrouwbaarheid daarvan inschat en dus ook welke hij buiten beschouwing laat. Bovendien bepaalt hij meestal zelf de vragen die hij aan het verleden stelt en hoe hij het beantwoorden daarvan aanpakt. Nadat hij aangeeft hoe divers en problematisch de bronnen (voor zover schriftelijk van de hand van overwinnaars) zijn over de verhoudingen tussen Bataven, Romeinen en de oudere inheemse bevolking schrijft hij:“Het resultaat is een constructie die weliswaar niet ongeloofwaardig of onzinnig is, maar die wel in de allereerste plaats ‘onze’ geschiedenis van de Bataven vormt.”
Ook de subjectiviteit van de belangrijkste historische bron Tacitus, die zich ergerde aan het decadente gedrag van zijn mede-Romeinen, zou de Bataven geïdealiseerd hebben.
Kruyff 18 citeert Swinkels in een bespreking van de tentoonstelling met “Wie de Bataven zijn is eigenlijk nog steeds een raadsel en Waren de Bataven nu beschaafde mensen, of wilde Germanen?”
Verder werpt ze de vraag op: “Maar wat is de identiteit van wat wij de Bataven noemen? Ging het om mensen uit een bepaalde streek, om een deel van een stam, een hele stam? Of slaat de naam Bataven op het rivierengebied als geografische eenheid?”
Prof.dr. J. de Vries 6 schrijft reagerend op Kruyff: “Hoe is het in de naam van de archeologie mogelijk dat archeologische vondsten mede gebruikt worden voor het oproepen van een beeld van een stam / een volk en zijn cultuur, i.c. de Bataven en hun cultuur, waarover het aan de nodige concrete informatie ontbreekt”. Hij wijst er op dat men toegeeft hoe weinig er over de Bataven bekend is en vraagt zich dan af hoe je dan kunt concluderen “De Bataven hadden wel veel van de Romeinse levensstijl overgenomen”.
Besluit
Er is nu een zeer leesbaar overzicht van wat er over de Bataven bekend is en wat er over hen bedacht, geschreven en geschilderd is in de loop van de geschiedenis. Dit betreft dan niet alleen de Bataven die globaal tussen 100 v.Chr. en 250 n.Chr. in een deel van Nederland zouden hebben geleefd, maar ook de Bataven die in dienst van de Romeinen op diverse plaatsen buiten Nederland werkzaam waren. Vanuit verschillende invalshoeken (geschiedenis, oudheidkunde, archeologie) wordt het wisselende wetenschappelijke beeld van de Bataven in de loop van de tijd beschreven.
Veel van de latere verhalen blijkt gebaseerd te zijn op het zeker niet altijd juiste beeld dat men om politieke redenen wilde hebben van de eerste bewoners van ons in de tachtigjarige oorlog, maar ook later zoals in de patriottentijd. De huidige verhalen zijn gebaseerd op theorieën die een (mogelijke) interpretatie geven van in feite een zeer beperkte hoeveelheid feitenmateriaal. De betrouwbaarheid van de verhalen vanaf die van Caesar en Tacitus tot die van historici en oudheidkundigen en archeologen uit latere eeuwen blijkt later aantoonbaar beperkt te zijn.
Het blijkt echter dat het publieksbeeld van de Bataven nog steeds sterk wordt bepaald door dat uit de 15e tot de 19e eeuw en in veel mindere mate door dat wat de wetenschap daarna heeft ontdekt en gevonden. De goede lezer ontdekt al snel de onzekerheden en nuances.
Voor de Romeinse periode wordt dit fraai geïllustreerd aan de hand van objecten en inscripties uit het Romeinse Rijk die gerelateerd kunnen worden aan Bataven (incl. personen met een vermoedelijk Bataafse afkomst en personen met een op een Bataafse afkomst wijzende naam), ambtsdragers van het Bataafse bestuursdistrict en militairen dienend bij eenheden met een Bataafse traditie.
Verder worden er objecten getoond van Romeinse objecten en inheemse (Nederlandse) objecten uit de Romeinse periode, waarvan een relatie met de Bataven niet altijd even duidelijk is.
Wie vooral geïnteresseerd is in de feiten over de Bataven vóór hun verdwijnen in de tweede helft van de derde eeuw in onze streken merkt dat de historische en archeologische onderbouwing van veel elementen uit de latere verhalen nogal beperkt is. Dat ook de eerste verhalen van Caesar en Tacitus niet altijd betrouwbaar zijn, wordt overtuigend aangetoond.
Een voor lezers van SEMafoor zeer welkome tekst lijkt de volgende: zoals elke historische bron behoort ook Tacitus aan een zorgvuldig onderzoek onderworpen te worden voordat men de door hem geleverde informatie over bepaalde gebeurtenissen en zijn interpretatie daarvan als betrouwbaar accepteert of als onbetrouwbaar verwerpt. […] De lezer zij echter gewaarschuwd. Ook Tacitus had de wijsheid niet in
pacht 19.
Jammer is dan wel de afwezigheid van enige vermelding van Albert Delahaye in dit hoofdstuk en in de literatuurlijst. Deze heeft immers in diverse publicaties een visie gegeven over een aantal ‘Historische mythen’ waaronder die van ‘het eiland der Bataven’
20. Dit negeren bespaart de diverse auteurs de moeite om in te hoeven gaan op zijn onderzoek van en ideeën over Tacitus teksten en over de schaarse andere feiten m.b.t. Bataven in Nederland en zijn geopperde alternatieve interpretaties.
Van de andere kant biedt dit boek en de daarin vermelde recente literatuur en vondsten een goede kans voor degenen die wat zien in Delahayes theorieën op dit punt, om deze te toetsen aan de gegevens die de laatste twee decennia bekend werden.
De verschillende visies op de relatie tussen vondsten afkomstig van inheemse bewoners, van Bataven en van (Gallo-) Romeinse militairen en burgers in vooral Gelderland en delen Noord-Brabant leiden nog niet echt tot zekerheid hoe het toen geweest is. Veel is nog onbekend, veel wordt slechts verondersteld, weinig lijkt echt zeker.
Wanneer we iets kunnen leren uit de vroegere verhalen over de Bataven, is dat ook de huidige samenvatting van een grote hoeveelheid literatuur door de samenstellers vooral een aantal nieuwe verhalen over de Bataven heeft opgeleverd. Wie zich met deze materie wil bezighouden zal niet meer om het boek heen kunnen. Maar gezien de vele vraagtekens over de achterliggende gegevens in de wel en niet gebruikte literatuur bevat dit nog zeker niet hét verhaal over de Bataven, als dat al ooit geschreven kan worden.
Literatuur
1. Swinkels, L., De Bataven. Verhalen van een verdwenen volk. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam / Museum Het Valkhof, Nijmegen, 2004.
2. Roelofs, P. & L. Swinkels, De Bataven. Verhalen van een verdwenen volk. Tentoonstellingswijzer. Museum Het Valkhof, Nijmegen, 2004.
3. 1973 Graven naar Batavieren in het Rijksmuseum Kam, Nijmegen, 1990 Het Bataafse vuur over de opstand der Bataven in het Gemeentemuseum te Arnhem en 1994 Bataven: boeren en bondgenoten. De Maaskant in de Romeinse Tijd in het Noord-Brabants Museum, ’s-Hertogenbosch. Elke tentoonstelling werd begeleid door een gelijknamige publicatie.
4. Hegener, M,, Op het spoor van Romeinen en Bataven Kosmos Z&K 2003 (boek bij gelijknamige Teleac-serie).
5. Dekkers, G., Op reis met de Romeinen in Nederland, De Bataaf knarsetandde van woede toen hij de Romeinen zag, in: Historisch Nieuwsblad (2004) juni p. 44-48.
6. Vries, J. de, De Bataven: Verhalen over een verdwenen volk, in: Archeologie Magazine 12 (2004) nr. 6, p. 58.
7. Teitler, H., in: Swinkels (zie noot 1) p. 24 + noot 10.
8. zie ook: Waszink, J., Geschiedenis als pleidooi. De Herinterpretatie van het Hollands verleden door Hugo de Groot, in: Spiegel Historiael 40 (2005) nr. p. 20-25 + 49.
9. Vries, J. de, Hercules Magusanus als inspiratiebron voor het vernieuwen van de identiteit van zijn vereerders, in: SEMafoor 6, 1 (2005), p. 22-25.
10. Swinkels (zie noot 1) p. 298 (kaart met gereconstrueerd territorium van de Bataafse civitas).
11. Stuart, P. & J.E. Bogaers, Nehalennia Römische Steindenkmäler aus der Oosterschelde bei Colijnsplaat Collections of the National Museum of Antiquities 11=Corpus Signorum Imperii Romani, Nederland 2, RMO Leiden 2001, B37 + B63.
zie ook: Bogaers, J.E., Van Nijmegen naar Nehal(a)en(n)ia, in Numaga 19(1972) nr.1, p. 7-11.
12. Derks, T., Twee Romeinse grafsteles, in: Jaarboek Oud Utrecht 2003, p. 15-42.
13. Roymans, N. en T. Derks, De Tempel van Empel, een Hercules-heiligdom in het woongebied van de Bataven ’s-Hertogenbosch 1994, p. 26 en Derks, T., Gods temples and ritual practices 1998, p. 112 e.v.
14. Waarbij ik mij afvraag of er maar één municipium bekend is dat met een B begint (Bavay, Beauvais?)
15. Stuart, P. & J.E. Bogaers, Catalogus van de Monumenten p. 59 e.v., in: Deae Nehalenniae, gids bij de tentoonstelling Nehalennia Middelburg / Leiden (1971).
16. Van Es, W.A. & W.A.M. Hessing, Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland, 1994, p. 124.
17. Toorians, L., Tweeduizend jaar Bataven. Geschiedenis of propaganda, in: Museumtijdschrift Vitrine 17 (2004), nr. 6, p. 34-37.
18. Kruyff, L., Beeld van de Bataven, Archeologie Magazine 13 (2005). nr. 5 p. 6-9.
19. Teitler, H., in: Swinkels (zie noot 1) p. 30.
20. Zie in dit kader bijvoorbeeld van Albert Delahaye de boeken Holle boomstammen, De historische mythen van Nederland ontleend aan Frans Vlaanderen Tournehem / Zundert (1980), De Ware Kijk Op … Deel II Het Eerste Millennium Historische mythen van de Lage Landen Bavel (1999) en Germania = Frans-Vlaanderen bij Tacitus Bavel 1997.