logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

De Peutingerkaart en de Lage Landen
Wegen in de Romeinse tijd in de Lage Landen
Traditionele visie en alternatieve interpretaties

Inhoud

Inleiding                                                                           Redactie
1 Itineraria Romana, de Romeinse reisgidsen¹          Willem Bruijnesteijn van Coppenraet
2 Romeinse wegen in Nederland                                  Hans Wijffels
3 De Patavia-routes in Brabant en Vlaanderen         Joep Rozemeyer
4 Traiectum en de Peutinger-kaart                             Hans Kreijns
5 De Limes Germanicus volgens Albert Delahaye    Guido Delahaye
6 De authenticiteit van de Peutinger-kaart                Henk Feikema
7 Verschillende visies op de Romeinse rijkswegen
    in de Lage Landen                                                       Ad Maas
Besluit en perspectief                                                      Redactie
Register                                                                             Redactie

¹ W. Bruijnesteijn van Coppenraet, De Romeinse Reisgidsen (Totale PK, Itinerarium Antonini, eerste Nederlandse vertaling van de Cosmographia van Ravennnas, totaal ongeveer 700 bladzijden met 59 kaarten, cd-rom Arnhem 2006 (via SEM-secretariaat)
 



Hierna volgt een passage uit de Inleiding:

Toen de Romeinen de ambitie opgaven om het zogenaamde vrije (= niet-Romeinse) Germanië te veroveren en te bezetten, maakten ze veel werk van het functioneren van de limes, namelijk van de bewaking en verdediging van het rijk. De uitbouw ervan vond vooral in en vanaf de eerste eeuw n.Chr. plaats. De Boven-Germaanse limes grensde over een lengte van 382 kilometer het Romeinse Germania Superior af van het vrije Germanië (traject Vinxtbach – Lorsch). De Raetische limes (166 kilometer lang) liep van Lorsch naar Kelheim aan de Donau. Deze Boven-Germaanse-Raetische limes moesten de Romeinen in de tweede helft van de derde eeuw prijsgeven. In dit hoofdstuk gaat de aandacht voornamelijk uit naar de Neder-Germaanse limes: de grens vanaf Vinxtbach (of vanaf de Ahr, zoals ook gesteld wordt) tot aan de Noordzee, en in het bijzonder naar de laatste honderd kilometer in de Nederlanden. Dit laatste stuk van de (veronderstelde) limes is het meest intrigerend wat betreft de lokalisatie van Romeinse plaatsen in onze regio. Het thema van dit boek is een wat ingewikkelde vraag, namelijk deze: als enkele belangrijke Romeinse wegen (de routes door Patavia of zoals sommigen zeggen: Batavia) door Midden-Nederland en West-Nederland liepen, waar liepen ze dan precies (dus kloppen allerlei conventionele veronderstellingen wel?) en als ze niet in dat gebied liepen, waar dan wel?

Dit boek brengt diverse visies op dit historische probleem bij elkaar. Hans Wijffels heeft de situatie in Nederland grondig onderzocht; hij stemt in met de globale lokalisatie van de genoemde trajecten, maar levert er een kritisch commentaar bij en ontdekt nieuwe mogelijkheden (hoofdstuk 2). Joep Rozemeyer laat de noordelijke Patavia-route – de Limesweg – vanaf Noviomagus (in dit geval Nijmegen) naar het zuiden afbuigen (hoofdstuk 3). Hans Kreijns komt met een derde Romeinse weg van Harenatio naar Straatsburg over de kop van Germania (hoofdstuk 4). Guido Delahaye treedt in het voetspoor van zijn vader Albert Delahaye en betoogt dat deze Romeinse wegen helemaal niet in Nederland hebben bestaan en dat ze in Noordwest-Frankrijk lagen (hoofdstuk 5). Aan het begin van alle discussie op dit terrein staat de zogenaamde Peutinger-kaart (afgekort PK), de Tabula Peutingeriana, in combinatie met het Itinerarium Antonini en vaak ook de Kosmografie van de Anonymus van Ravenna. Deze drie bronnen vormen het kader dat ons de namen van veel plaatsen in de Romeinse tijd aan de hand doet. Dit boek start er ook mee (hoofdstuk 1): Willem Bruijnesteijn van Coppenraet heeft deze bronnen aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen, gedurende vijf jaren en mede op basis van voorwerk van Maarten Nijssen, en het resultaat daarvan in 2006 gepubliceerd op een cd-rom met de titel De Romeinse Reisgidsen. Toch zijn er ook weer onderzoekers – in dit geval bijvoorbeeld de hoogleraren G. Heinsohn (Bremen) en A. Fomenko (Moskou), die de authenticiteit van deze bronnen met een korrel zout namen en nemen. Henk Feikema rapporteert hierover (hoofdstuk 6). Ad Maas zet in hoofdstuk 7 de vigerende visies in verband met de Romeinse rijkswegen in d e Lage Landen op een rij, een samenvattend overzicht.
 

Prijs Ca. 20 euro. Korting voor symposium-deelnemers.
 




Valid HTML 4.01!