[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]
Congres Thidrekssaga-Forum 2007
Belangrijk Duits historisch onderzoek naar
Geschiedenis van de vroege middeleeuwen
in de lage landen
A.C. Maas te Leende
De Wissenschaftliche Tagung van het Thidrekssage-Forum (12-14
oktober 2007) in Grevenbroich leverde heel wat plannen en inzichten
op die samen voor SEM een nieuwe inspiratie betekenen. De Duitse
vereniging heeft geregeld dat diverse artikelen uit SEMafoor
vertaald en gepubliceerd zullen worden. In dit nummer bemerkt u
daarvan al het resultaat. Het artikel van Ad Maas over Kabouters (SEMafoor
8.3) is vertaald en in dit nummer treft u een reactie aan van de
historicus Dr. Reinhard Schmoeckel. Van Nederlands-talige kant
moeten er op dit vlak meer initiatieven ontwikkeld worden. Zo is het
meer dan wenselijk dat het boek Die Merowinger vor Ihrem Reich.
Die sarmatischen und sigrambischen Wurzeln der Dynastie (2006)
van Schmoeckel vertaald wordt. Het geeft een nieuwe oriëntatie in de
geschiedschrijving van de vroege middeleeuwen in de Lage Landen,
vooral wat betreft de Franken. Een opvallend signaal tijdens deze
conferentie was wel dat de hypothese van Kalkriese als de plaats van
de Varusslag door de Duitse deelnemers vrijwel en blok werd
weggelachen. Een signaal, want argumentatie is natuurlijk wel wat
anders dan een zekere spot. In dit artikel stel ik het onderzoek
naar de sagen van de Nibelungen en van Diederik centraal. De
kabouters komen elders aan bod en wel op verrassende wijze.
De tocht van Nibelungen
Het kernthema van het Thidrekssage-Forum is de localisering van
de sage van de Nibelungen.
Ter gelegenheid van deze Tagung werd een vierde Band over dit
onderwerp uitgebracht, een buitengewoon fascinerend boek dat diverse
hoofdstukken bevat die in onze landen niet onbekend mogen blijven.
Das Rätsel von Mündt / Mundiacum und St. Irmundus
Forschungen zur Thidrekssaga, Band 4
H. G. Kirchhoff Römerreich am Niederrhein in der
Spätantike
R. Schmoeckel Gallien zu Anfang des 5. Jahrhunderts
W. Keinhorst Zur Zuverlässigkeit des Olympiodor-Textes
M. Alberts en R. Schmoeckel Mündt: seit Urzeiten ein heiliger
Bezirk
R. Schmoeckel Der Gegen-Kaiser Jovinus
R. Schmoeckel Irmundus, christlicher Bekenner im ‘Heiligen Bezirk’
W. Keinhorst Gundaharis Königreich
T. Schäfer Hunnen, Alanen und Bretonen
R. Schmoeckel Zwei Kölner Heilige, die Hunnen – und die Burgunder
W. Keinhorst Nibelungen: die ‘Leute des Fränkischen Generals
Nebisgast’?
R. Schmoeckel Burgunder und Nibelungen: verschiedene ‘Völker’,
schicksalhaft verknüpft
R. Schmoeckel Von Irmundus zu Karl dem Grossen
F.J. Schweitzer Hahnerhof und der ‘Tempel’ des heiligen Irmundus
F. J. Schweitzer Der ‘Waltharius’ und das rheinische Burgunderreich
Het Forum bestaat uit een aantal actieve onderzoekers die
onderling op allerlei punten van mening verschillen, maar er is wel
een gemeenschappelijke overtuiging. Deze luidt als volgt:
Mogantiacum is niet een andere naam voor Maintz maar is de naam van
de stad Müntz in de Eifel. De Nibelungen (Neftelungen, Niftelungen)
moeten niet in de omgeving van Worms gelocaliseerd worden, maar in
de Eifel in de regio van Jülich. Dat geldt ook voor de Burgunder en
het optreden van Sint Irmundus. Zowel de Thidrekssage als de sage
van de Nibelungen bevatten historische gegevens. De scheiding van
literatuur en historische bronnen als twee werelden die niets met
elkaar te maken zouden hebben wordt verworpen. De betreffende sagen
zijn literaire vormgevingen van verhalen die teruggaan op
historische situaties en als zodanig indirecte historische bronnen.
Deze gemeenschappelijke overtuiging is grotendeels al terug te
vinden in het eerste boek van het Forum: Ein Niflungenreich in
der Voreifel? (2002) dat begint met een samenvatting van de
theorie van Heinz Ritter-Schaumburg die uitgewerkt is in diens
Die Nibelungen zogen nordwärts (eerste druk 1981, laatste
uitgave 2002) en verder de volgende hoofdstukken ( (20-tal auteurs)
bevat:
- Frühe Ahnungen von einen Niflungenland am
Niederrhein
- Wo lag das Reich der Burgunder?
- Zur geographischen Ortung der Sage
- Regionen- und Ortsnamen und iht Zusammenhang met den Niflungen
- Auf der Suche nach dem Nibelungenhort
- Waren die Niflungen Vorfahren der Karolinger?
- Zur realen geschichte der Region
- Sagenkern und Sagenentwicklung.
In het tweede boek Thidreksaga und Nibelungenlied
(2004) staan vooral studies waarin aspecten van de Thidrekssaga en
het Nibelungenlied met elkaar vergeleken worden. Ze zijn
ondergebracht in vier themagebieden, namelijk:
1. Von den ‘Nif-lungen’ zum ‘Lied der Nibelungen’ zum
‘Ring der niet gelungen’
2. Die Thidrekssaga – Inhalt, Geschichte und Behandlung durch die
Wissenschaft - Oder: Versatzstücke auf dem nordwestdeutschen
Nibelungen-Theater
3. Wer war Hagen und Siegfried, Brünhild und Kriemhild, König Gunter
und König Attala? König Adrian samt Enkel? Und was war der
Nibelungenschatz?
4. Wie sie ‘frank und frei räuberten und wegelagerten’, bis sie
Franken geworden waren; wie die Franken sorgsam das Territorium
‘Hunaland = Nordwestblock = Westfalen und Niedersachsen’ umgingen,
in dem sich die ‘Haunabu = Kyneten = Guionen’ zu Hunen / Hünen /
Heunen entwickelt hatten.
In 2006 verscheen een studie over Die Wilkinensage.
Schlüssel zur unbekannten Frühgeschichte der Niederlande und
Belgiens, een boek dat tot nu in de Lage landen zeer ten
onrechte niet de aangedacht heeft getrokken van vertegenwoordigers
van de historische disciplines. Zeker de oudere generatie moet toch
Duits kunnen lezen. Een vreemde zaak, die ongetwijfeld te verklaren
is, maar ook dan toch onaanvaardbaar lijkt te zijn. Dit
voortreffelijke boek bevat de volgende hoofdstukken:
- Wer lebten in der Spätantike an Schelde, Maas und
Niederrhein?
- Sage und Geschichte – Verschiedene Welten?
- Die Wilkinensage als Geschichtsquelle
- Geschichtskernen, aus Sagen geschöpft
(met onder meer een hoofdstuk over Das geheimnis der Sprachgrenze).
En precies 1 jaar later ligt er dan het zojuist vermelde
vierde boek: Das Rätsel von Mündt / Mundiacum und St. Irmundus.
Burgunder und Nibelungen in der Jülicher Börde (2007). In dit
boek meer verdieping vanuit klassieke teksten met betrekking tot
tegen-keizer Jovinus en de heilige Irmundus die beiden in het gebied
van de Voreifel gewoond en gewerkt hebben.
Wie probeert de waarde van de overtuiging van het Thidrekssaga-Forum
in te schatten, komt al vrij snel tot de conclusie hoe speculatief
en zwak ‘onderbouwd’ een keuze voor de regio Worms en hoe vitaal en
dynamisch de hypothese van de Voreifel is. Dat Worms een belangrijke
Romeinse plaats is geweest en dientengevolge het centrum van een
bisdom, staat uiteraard vast, maar daar houdt het betoog eigenlijk
ook op: er is wel veel traditie en conventie maar er zijn geen
controleerbare aanwijzingen die te denken geven. Dat is in het geval
van de hypothese van de Voreifel anders. Ook hier een ontzagwekkend
belangrijke regio in de Romeinse tijd (Keulen, Neuss, Bergheim, Aken
en Maastricht), maar ook een gebied waar veel archeologische
vondsten zijn gedaan die te dateren zijn in de Vroege Middeleeuwen.
Wie zich concentreert op de tocht van de Niftelungen of de
Nibelungen vindt juist in de regio sterke aanwijzingen. De
reconstructie van deze tocht door Heinz Ritter Schaumburg in zijn
boek Die Nibelungen zogen nordwärts (1981) heb ik al
beschreven in mijn artikel Niftelungen – Nijvel – (N) Eifel
in Semafoor februari 2004. Kortweg dus het volgende. Deze tocht ging
van een plaats in de Voreifel (Müntz, Morken, Jülich, Zülpich), over
de Erft, met een boog om Keulen heen, naar een oversteek in de Rijn
(daar waar de Dhün in de Rijn uitmondt), via Dortmund (Thorta) naar
Soest, dus door een deel van Sauerland.
Inzichten vermijden
Tijdens de conferenties van het Thidrekssage-Forum stel ik vast dat
het onderzoek naar de tocht van de Nibelungen een uitdaging is om
allerlei soorten gegevens met elkaar in verband te brengen en op
elkaar af te stemmen. Je kunt een vijftal ‘bestanden’ van informatie
onderscheiden:
- literaire werken (dus de sagen en legenden)
- conventioneel erkende historische bronnen (kronieken, oorkonden,
kaarten)
- archeologische vondsten
- geologische ontwikkelingen en situaties, en
- taalkundige (etymologische en toponymische) bevindingen.
Het gebruik maken van deze bronnen op een vooringenomen en
onsystematische (associatieve) manier is een prima ‘methode’ om van
alles bij elkaar te fantaseren. Inderdaad, dat weten we. Maar een
weloverwogen en controleerbare benutting leidt tot verrassende
inzichten. Het is niet overdreven om te erkennen dat we in België en
Nederland dit synthetische werk niet (meer) kennen, althans niet met
betrekking tot de geschiedschrijving van het eerste millennium. Er
is sprake van disciplinaire verdeling, van deelbenaderingen,
waardoor een totaal- referentiekader voor studie, onderzoek en
discussie ontbreekt. Er blijkt geen vertrouwen in multidisciplinaire
en interdisciplinaire afstemming van vondsten en bevindingen, of
misschien moeten we wel zeggen: de mogelijkheden ontbreken in de
tijd van de vakdisciplinaire loopbanen. Vooral de periode van de
vroege Middeleeuwen is op zichzelf schraal bedeeld met
onderzoeksambities en –mogelijkheden. Het aantal deskundigen is erg
klein. Het is een verdrongen gebied.
Al met al moet toch wel geconstateerd worden dat het niet kennen,
niet bestuderen en misschien wel (angstig) links laten liggen van
een boek als Die Wilkinensage. Schlüssel zur unbekannten
Frühgeschichte der Niederlande und Belgiens (Band 3) een teken
aan de wand is. We lopen gewoon achter en zijn niet bij de les en
bij de tijd. Datzelfde kan gezegd worden van het boek dat ik zojuist
al noemde: Die Merowinger vor ihrem Reich (2006).
Terughoudendheid en vermijdingsgedrag ten aanzien van historische
zaken kan ik me uiteraard goed voorstellen in situaties dat
wetenschap geconfronteerd wordt met maniakaal amateurisme (discussie
wordt dan een vorm van therapie) en ook bij theorieën die erg
afwijken van wat gangbaar is en aannemelijk geacht wordt, zoals in
het geval van chronologiekritiek. Maar een ruimere blik en meer
lenigheid van geest is wenselijk wat betreft het onderzoek naar de
betekenis van de Thidrekssaga en het Nibelungenlied voor de
geschiedenis van de Lage Landen.
Ik heb in dit artikel veel informatie gegeven oober enkele
publicaties. Dat is een poging om de rijke en betekenisvolle inhoud
ervan zo beknopt mogelijk te laten zien. Een poging tot overzicht.
Vertaling van een aantal bijdragen heeft prioriteit. Kan de
studiekring daarvoor het talent en de energie leveren?
H. den Besten, Bemerkungen zu einer Kritik Johannes
Janota u.a. zu Ritter Schaumburg, Die Nibelungen zogen nordwärts,
Amsterdam 1991
H. Böseke, Sagenhafte Irrtümer, Mönchengladbach 2006
J.P. Dewert, Nivelles et sa Région, de la préhistoire à l’historie,
Nivelles 1992
H. Grégoire, La Patrie des Nibelungen, in Byzantion IX, Brussel 1934
N. Lönnendonker, Als die Götter noch jung waren. Namenkundliche
Untersuchungen zur Nibelungensage, Berlin 2003
W. Rass, Dietrich von Bern und Karl der Grosse. Untersuchung über
die Zeitstruktuur der nordischen Dietrich-sage und die
karolingischen Sagen-Manipulation, Buchen 2000
F. Reuter, Worms, Die Stadt der Nibelungen, Heidelberg 1995
H. Ritter Schaumburg, Die Nibelungen zogen Nordwärts, München/Berlin
1981
E. Rückert, Oberon von Mons und die Pippine von Nivelles.
Untersuchungen über den Ursprung der Nibelungensage, Leipzig 1836
R. Schmoeckel u.a., Ein Niflungenreich in der Voreifel?. Heinz
Ritterrund zahlreiche Forscher geben Antworten, Bonn 2002
R. Schmoeckel u.a., Thidrekssaga und Nibelungenlied. Vergleichende
Studien, Bonn 2004
R Schmoeckel u.a., Die Wilkinensage. Schlüssel zur unbekannten
Frühgeschichte der Niederlandee und Belgiens, Bonn 2006
R. Schmoeckel u.a. , Das Rätsel von Mündt / Mundiacum und St.
Irmundus. Burgunder und Nibelungen in der Julicher Börde?, Bonn 2007
R. Schmoeckel, Die Indoeuropäer. Aufbruch aus der Vorgeschichte,
Bergisch Gladbach 2004 (3)
R. Schmoeckel, Bevor es Deutschland gab. Expedition in unsere
Frühgeschichte – von den Römern bis zu den Sachsenkaisern, Bergisch
Gladbach 2002
R. Schmoeckel, Warum hiessen Verwandte Karl des Grossen Nibelung?,
in: Ein Niflungenreich in der Voreifel?, Bonn 2002, p. 156 e.v.
R. Schmoeckel, Die Merowinger vor ihremRreich. Die sarmatischen und
sigambrischen Würzeln der Dynastie, Bonn 2006
H. Tervooren, Spuren der Nibelungen am Niederrhein, Xantener
Vorträge zur Geschichte des Niederrheins 3, Duisburg 1992
P. Wackwitz, Gab es ein Burgunderreich in Worms, in Der Wormsgau
20/21, Worms 1964/1965